Radicaliserend leiderschap

Bron: twitteraccount van Boris Johnson

Thuis ben ik al geruime tijd degene die meestal kookt. En ik mag best zeggen: mijn koken is daardoor een verfijnd staaltje arbeid geworden. Ik stel dan ook steeds hoger eisen aan werkwijze en ingrediënten. De volgorde waarin die in het gerecht komen, hoe gesneden of geraspt, het moment van toedienen, temperatuur, vochtgehalte, om maar enkele bepalende factoren te noemen. De keuken moet in een staat van perfectie verkeren, en alle instrumenten hebben een juiste plek. Pas dan ben ik heer en meester. Ik leid het proces in goede banen en dien het perfecte gerecht op. De smaak is voortreffelijk. En alleen aan mij te danken. Een euforisch gevoel. Een staaltje culinair leiderschap.

Hoewel, eigenlijk heb ik altijd erg veel moeite gehad met de nadruk op leiderschap. Het werd een hype in de tijd dat ik studeerde. Studenten bestuurskunde werden in de jaren negentig geïndoctrineerd met allerhande neoliberale geloofsartikelen. Ondernemerschap, marktdenken, prestatiemanagement, sowieso ‘management’ in plaats van ‘beleid’, een nieuwe taal werd uitgevonden. Voor zover aanwezig werden ideologische veren afgeschud. Reagan, Thatcher, en in eigen land Ruud Lubbers en Wim Kok waren de politieke representanten van de diepe overtuiging dat we minder overheid en meer markt nodig hadden. En in dat verhaal paste ook een rigoureus ander begrip van de mens in zijn omgeving: niet als slachtoffer van de grote boze systemen rondom, maar als actieve ondernemer die kansen pakt als die zich voordoen en bedreigingen afwendt. De mens die zijn omgeving en toekomst naar zijn hand zet en zijn eigen leider is. Iemand die bureaucratie breekt, systemen ontwricht als dat nodig is om eigenhandig wél tot oplossing van de echte problemen te komen. Powermanagement. Inmiddels zijn rondom dat begrip leiderschap complete MBA-programma’s en opleidingsinstituten geëvolueerd. Leiderschap is big business.

Dat al heeft natuurlijk maar weinig te maken met de werkelijkheid. Zelfs in het land waar de fixatie op leiderschap een even absurde als extreme vorm heeft aangenomen – Noord Korea – blijkt het in werkelijkheid een tot in de puntjes geregisseerd toneelstuk. Remco Breuker schreef er een prachtig boek over en laat daarin zien dat de Grote Leider in feite onderdeel is van een fijnmazig opgetuigd politiek-bureaucratisch systeem. 

Die eenzijdige nadruk op leiderschap is vooral een mediadingetje. Mijn waarneming van de bestuurlijke werkelijkheid: het publiek kan de complexiteit van organisaties, systemen en interbestuurlijke verbanden niet aan. Hoe overheden tot successen en mislukkingen komen is veelal een lang, ingewikkeld en – voor velen – saai verhaal. Daarom moet het theatraal worden uitgelegd: de voorstelling van de leider die daadkrachtig en zelfverzekerd de wereld naar zijn hand zet of zal gaan zetten. Maar waar dat verhaal ook echt tot resultaten leidt, blijkt achter de schermen meestal een goed geoliede bureaucratie aanwezig. Met daarin medewerkers die vaak heel erg veel informatie hebben gedeeld en hebben afgestemd (‘gepraat’). En die daarna ook de eer aan de leider gunnen. En als het misgaat, de schande en de schuld. De eer of de schuld op je nemen, daar is de leider aan het werk.  

Bij mijn weten was er tijdens mijn studie maar een enkele wetenschapper die zich verzette tegen dat overtrokken beeld van leiderschap. En Henry Mintzberg ging later nog een stapje verder. Hij stelde: “The narcissistic view of leadership has taken organisations off the rails”.  Als je – zoals Mintzberg – onderzoek doet naar wat managers (of zo u wilt ‘leiders’) echt doen, dan is leiderschap tonen maar een van de vele componenten van management. Als je echt iets wilt bereiken hou je je ook bezig met het verzamelen van informatie, dingen doen, ervoor zorgen dat je betrokken raakt bij belangrijke processen, verbinding leggen en zo voorts. Niet voor niets is Mintzberg uitgegroeid tot een van de belangrijke criticasters van Donald Trump. 

Trump: toch wel het archetype van de moderne geradicaliseerde leider.

Afgelopen weken zagen we weer enkele voorbeelden van hoe het mis kan gaan. We zagen de tragiek van de narcistische leider die teveel in zijn eigen voorstelling is gaan geloven. Boris Johnson zou er persoonlijk voor zorgen dat op 31 oktober Groot Brittannië de EU zou verlaten. Hiertoe wilde hij eigenhandig (ok, klein beetje hulp vanuit Buckingham Palace) het volledige Britse parlement buiten werking zetten.  Johnson was teveel met zichzelf bezig en mislukte. We zagen Forum voor Democratie-voorman Thierry Baudet zijn hand overspelen in een poging mede-oprichter Henk Otten politiek uit te schakelen. Het zou zo maar eens de implosie van zijn partij kunnen inleiden. In het AD stelt een van FvD-ers die de partij de rug toekeren: ,,Ik zie bovendien dat Thierry radicaliseert. Ik wist dat hij een man was van de performance, maar hij vervalt nu toch wel erg vaak in grootspraak. Zo beaamde hij in een vraaggesprek dat hij de leidende intellectueel van Nederland was. Dat vind ik allemaal wat kinderlijk. Hij treedt heel erg eigenmachtig op. Heeft een chronische behoefte aan aandacht. En nu verzamelt hij allemaal ja-knikkers om zich heen. Dat is niet de partij waarin ik wil functioneren.” 

Zijn de politieke voormannen zoals Baudet, Johnson en Trump de uitwassen van onze culturele fixatie op leiderschap? 

Was het vroeger een gezellige drukte, inmiddels blijven vrouw en kinderen als het erom spant maar beter even weg uit onze keuken. Ik verkeer, zo vrees ik, in een proces van leiderschapsradicalisering. Althans, als het om mijn culinaire inspanningen gaat. Tijd om Mintzberg weer uit de kast te halen.

Rob Paulussen / 5 september 2019